1. Home
  2.   MIRT Projectenoverzicht 2015
  3.   Toelichting op MIRT Projectenoverzicht
  4. Toelichting op het MIRT

Toelichting op het MIRT

Het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) kent op dit moment vijf onderdelen die samen waarborgen dat de doelen van het MIRT gerealiseerd worden. Deze vijf zijn (1) de bestuurlijke overleggen per MIRT-regio tussen Rijk en regio in het najaar, (2) de in gezamenlijk overleg tussen Rijk en regio opgestelde gebiedsagenda’s, (3) het MIRT Onderzoek, (4) de Spelregels van het MIRT en (5) het MIRT Projectenoverzicht. Deze vijf onderdelen worden hieronder uitgebreid toegelicht.

Bestuurlijke overleggen MIRT

Het MIRT gaat uit van intensieve samenwerking tussen het Rijk en de decentrale overheden. Om dit te faciliteren is er het bestuurlijk overleg MIRT waarin elk najaar, op basis van de gezamenlijk vastgestelde visie op een gebied, rijksinvesteringen en regionale investeringen op elkaar worden afgestemd. Voor het Rijk is het bestuurlijk kader voor de prioritering van opgaven en oplossing de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de beleidsmix investeren, innoveren, informeren, infrastructuur en in stand houden. In het overleg komt het lopende rijksinvesteringsprogramma en regionaal programma aan bod. Aan de hand hiervan worden nadere (financiële) afspraken en, waar nodig, bestuurlijke afspraken gemaakt. Ook wordt voortgang en agendering van nieuwe projecten besproken. Om besluitvorming over infrastructuur, water en ruimtelijke ontwikkelingen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, zitten niet alleen decentrale bestuurders met verkeer en vervoer in hun portefeuille aan tafel, maar ook bestuurders met andere ruimtelijke portefeuilles. De resultaten van de bestuurlijke overleggen MIRT worden per brief aan de Tweede Kamer gemeld en tijdens het notaoverleg MIRT besproken.

Gebiedsagenda’s

De gebiedsagenda’s vormen de basis voor het bespreken van onderwerpen in de bestuurlijke overleggen MIRT en het maken van concrete (financiële) afspraken. Vanaf 2009 zijn door Rijk en regio’s gezamenlijk acht gebiedsagenda’s opgesteld. Het gaat om Noordwest-Nederland, Utrecht, Zuidvleugel, Zuidwestelijke Delta, Brabant, Limburg, Oost- en Noord-Nederland. De gebiedsagenda’s van Noordwest-Nederland en Utrecht zijn inmiddels samengevoegd. Een gebiedsagenda bestaat grosso modo uit twee delen. Deel één beschrijft de visie en ontwikkelrichting van de betreffende regio, inclusief daaruit voortvloeiende majeure opgaven. Het tweede deel betreft de uitwerking van deze opgaven: welke mogelijke programma’s en projecten kunnen nu of in de toekomst bijdragen aan het invullen van de opgaven? De gebiedsagenda’s zijn in de bestuurlijke overleggen MIRT vastgesteld en vormen sindsdien de onderlegger én de visvijver voor deze overleggen. De gebiedsagenda’s zelf zijn geen besluit om programma’s of projecten tot uitvoering te brengen en zijn geen beleidsstukken. Met de SVIR is het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid van het Rijk geherformuleerd en gedeeltelijk gedecentraliseerd. In de SVIR zijn opgaven van nationaal belang scherper benoemd en zijn keuzes gemaakt. Dit heeft 2013 een doorwerking gekregen in een actualisatie van de gebiedsagenda’s. De centrale rol van de (geactualiseerde) gebiedsagenda’s in het MIRT wordt versterkt door ze tevens in te zetten als inhoudelijk kompas bij het prioriteren van opgaven en projecten, inclusief de rolverdeling tussen Rijk en regio’s.

MIRT Onderzoek

Het MIRT Onderzoek, welke getrokken kan worden door het Rijk of de regio, is er ofwel op gericht een opgave of ontwikkelrichting nader te concretiseren, ofwel om een integrale gebiedsontwikkeling uitvoeringsgereed te maken. Het is echter géén eerste stap op weg naar een beslissing over een eventuele rijksinvestering. De uitkomst van een MIRT Onderzoek kan via aanscherping van de gebiedsagenda én na besluitvorming (conform de Spelregels van het MIRT) in een bestuurlijk overleg aanleiding zijn om voor een bepaalde (set van) opgave(-n) een MIRT Verkenning te starten. Ook dient een MIRT Onderzoek te voldoen aan de principes van Sneller&Beter. Het Rijk heeft in het programma Meer Bereiken nieuwe ideeën rond MIRT Onderzoeken gebundeld (bredere aanpak, meer partijen) waar in 2014 en 2015 bij een achttal projecten mee gewerkt wordt. Afgeronde onderzoeken worden niet meer in het volgende MIRT Projectenoverzicht opgenomen.

Spelregels van het MIRT

Het doel van de Spelregels van het MIRT is het beschrijven van de rollen en taken van partijen alsmede de besluitvormingsvereisten bij het Rijk om te komen tot een beslissing over een eventuele financiële rijksbijdrage. De spelregels schetsen het proces dat een MIRT opgave dan wel project/programma doorloopt van verkenning, planuitwerking tot en met realisatie, inclusief de bijbehorende beslismomenten. Er worden vier beslismomenten onderscheiden, te weten start-, voorkeurs-, project- en opleverings- beslissing. Het doel hiervan is om te verantwoorden hoe de beslissing tot stand is gekomen, wat de beslissing inhoudelijk bevat en wat het eventuele vervolgtraject is. Per beslismoment dient te worden voldaan aan het bijbehorende informatieprofiel, waar wordt ingegaan op de opgave/probleemanalyse, oplossingsrichtingen, betrokken partijen, financiën, besluitvorming en aanpak vervolg.

De spelregels werken daarbij als een zeef. Er is, uitgezonderd de opleveringsbeslissing, geen automatische doorstroming van een project van de ene naar de volgende fase. Per fase wordt een expliciete beslissing genomen over het wel of niet (blijven) opnemen van het project in het MIRT. Hoe verder het project in de procedure komt, hoe concreter het project is. Vanaf de planuitwerkingsfase kan integrale gebiedsverkenning worden geknipt in verschillende (deel)projecten. Een gezamenlijke uitvoeringsstrategie moet er dan voor zorgen dat de samenhang op gebiedsniveau bewaakt wordt.

De spelregels gelden voor alle betrokkenen bij een (mogelijke) MIRT opgave dan wel project/programma in het ruimtelijk domein. Dit geldt voor projecten/programma’s van IenM voor het hele proces (verkenning, planuitwerking en realisatie). Bij de gebiedsgerichte verkenning worden ook de domeinen van EZ en BZK meegenomen. De trekker is verantwoordelijk voor de correcte toepassing van de spelregels. Zowel het Rijk als een decentrale overheid kan trekker zijn.

In 2011 zijn de spelregels geactualiseerd (TK 33000 A, nr 20, bijlage 2). Het betreft een eenduidiger gebruik van terminologie, de verdere ‘vernatting’ in het kader van het Deltaprogramma, het integreren van de Sneller&Beter werkwijze en de wijziging van de Tracéwet. Daarnaast wordt er een slag gemaakt met de vernieuwing van het MIRT, zowel qua inhoud, in te zetten (beleids-)instrumenten als betrokken partijen.

MIRT Projectenoverzicht 2015